| PROFIEL
Laurens van der Zee (1948) schrijft gedichten, korte verhalen en werk in opdracht. Hij debuteerde in 1972 in Avenue Literair met enkele gedichten en werkte in de jaren ’80 in Amsterdam mee aan diverse uitgaven, waaronder het tijdschrift De Geus. In 1988 verscheen bij de Pyrmont Pers (Enschede) in beperkte oplage de handgedrukte poëziebundel "Dit Beeld", en in 1994 bij Studio Stakelbeek (Amsterdam) "De terugkeer van de vegetariëreter", poëzie en kort proza, in samenwerking met Carel Helder en Mick van Gijlswijk. Met deze auteurs deelt hij een voorliefde voor het absurde, maar een ander deel van zijn teksten is romantisch of beschouwend te noemen. Hij heeft dan ook soms de lachers, soms de huilers op zijn hand als hij voorleest uit eigen werk...
Van 2003 tot 2009 dreef hij met Mirjam Janse Uitgeverij Nestor. Divers werk is te vinden in de uitgaven “Nestor: geen wonder” (2003), “De Vliegende Hollander” (2003), “Het meisje met het gouden haar” (2004),“Licht in mijn oren” (2004) en "Dit gaan we doen!" (2006). Publiceerde tevens in Poëziepuntgl, driemaandelijks tijdschrift over Gelderse dichtkunst, en in de Light Scheurkalender, uitgave Nijgh & Van Ditmar.
Hij leest soms uit eigen werk, met name in Amsterdam en Wageningen, bijvoorbeeld tijdens “Dichter bij Wageningen” en andere poëzieavonden die in de bblthk (Openbare Bibliotheek) wordt gehouden. Hij opende exposities onder meer in ede, Zaandam, Amsterdam en Wageningen. Een gedicht is opgenomen in de poëzieroute aan de De Wittenkade in de Staatsliedenbuurt te Amsterdam; deze route werd door hem geopend.
Van zijn hand zijn de aforismen over tijd en beeldende kunst in vroege edities van de Wageningse kunstagenda.
Hij is muzikant in de Wageningse volksmuziekgroep Folkcorn, in het bluestrio “Working on the railroad”, en in het Amsterdamse experimentele “impro-explo-ensemble” Rivelli. Hij groeide op in Bennekom, bezocht het Marnix College in Ede waar ze hem direkt zes jaar hebben vastgehouden, en studeerde niet-westerse sociologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Hij werkte lang in Amsterdam als voorlichter bij de stichting UNESCO Centrum Nederland, was vervolgens organisator van UNESCO-lezingen aan Volksuniversiteiten en is nu schrijver van werk in opdracht waaronder rapporten over aan UNESCO gelieerde onderwerpen, zoals Werelderfgoed.
Sinds 1991 woont hij in Wageningen, waar hij het stadsbeeld opfleurt met de rijdende museumstukken Volvo Amazon (1968) en Dodge pick-up (1942). Zijn onregelmatig verschijnende “Dodge Bode” is aan deze oldtimer gewijd. Ook in periodieken van oldtimerclubs schrijft hij over deze auto’s. Hij is mede-oprichter van het collectief voor poëzie en muziek Muzemakers V.O.F. (Wageningen, 2002, met Anneke Rot), en was in het voorjaar van 2003 de organisator en inleider van de expositie “Auto’s langs de Blue Highways van Amerika”, autoschilderijen van Araun Gordijn, in galerie De Casteelse Poort, Wageningen. Was participant in diverse edities van de "Veldwerk"- kunstroutes in de Schaalsmeerpolder (www.veldwerkexpo.nl) en Kunst Kijken in Monnickendam (www.kunstkijkenmonnickendam.nl). Organiseerde en presenteerde in mei 2005 een 24 uurs gedichtenmarathon in de bblthk van Wageningen, en op Nationale Gedichtendag 31 januari 2008 op dezelfde locatie een avond die gewijd was aan de vele culturen en talen die Wageningen rijk is: bij deze gelegenheid werden zijn gedichten in 14 talen door in Wageningen wonende "native speakers" voorgedragen. In 2009 publiceerde hij korte verhalen over benzinestations in Alle benzinestations van beeldend kunstenaar Araun Gordijn, en het gedicht Sleeën op de Hullenberg in de uitgave Bennekom te boek. In mei 2010 was hij medeorganisator en presentator van de 24-uur verhalenmarathon "In vrijheid gesproken" in de openbare bibliotheek (bblthk) van Wageningen. Hij is columnist op www.cultuurinwageningen.nl, en bracht in het najaar van 2010 op uitnodiging gesproken columns in het Cultureel Café in deze plaats. In 2011 waren zijn teksten op diverse exposities te zien, waaronder de galerie van museum De Casteelse Poort (met Araun Gordijn) en het Forumgebouw van Wageningen UR (met Robbert Kamphuis). Met Kamphuis richtte hij eind 2011 het Ministerie van In Onbruik Geraakte Zaken op. Op Gedichtendag 26 januari 2012 is hij gekozen tot Stadsdichter van Wageningen voor drie jaar. Hij is lid van het Platform Beroepskunstenaars Wageningen en bestuurslid van Wageningen Monumentaal, vereniging voor stadsschoon.
Wageningen, februari 2012
Niet dat ik in het leven zwelg
maar als ik over hobbels rijd
ben ik altijd liever mens op aard
dan band op velg.
Waarover wilt u dat hij schrijft?
|