KANS

(Toespraak bij de presentatie van de actie Grensgevallen op de Markt

in Wageningen op dinsdag 23 september 2008)

Dames en heren, mijn naam is Laurens van der Zee. Ik ben een
eenvoudig mens: als er iets moois gebeurt ben ik blij, als er iets minder
moois gebeurt ben ik minder blij. De mensen zeggen, hoe kun je blij zijn
als je ziet wat er dagelijks in de kranten, op TV en op het internet komt.
Nou, echt blij ben ik dan natuurlijk niet, maar hopeloos word ik zeker niet.
Media hebben namelijk nieuws nodig. En uitzonderingen zijn het beste
nieuws. Dat een paar miljard mensen, verspreid over de hele wereld, elke
dag hun werk doen en goed voor elkaar zorgen, kijk, dat is geen
uitzondering, dus is het geen nieuws, en komt het niet in de krant. Maar
het gebeurt wel. Mensen zijn over het algemeen goed voor elkaar, dat is
ons instinct. Je reikt iemand een hand als ie dreigt te vallen. Dat gaat
vanzelf. Daarom zijn ook zoveel burgers ongelukkig met het asielzoekers-
beleid in Nederland. Natuurlijk roepen er een stel dat ons land vol is. Maar
wij, eenvoudige burgers, zien het lijden van onze gevluchte medemensen,
onze naasten, letterlijk naast ons, heel dichtbij. We zien hun zorgen, hun
vertwijfeling, hun eenzaamheid. En natuurlijk wil je daar wat aan doen, zo
zitten mensen over de hele wereld in elkaar! Kunnen zij er wat aan doen
dat ze ergens op een breukvlak hebben gewoond en nu de wereld in zijn
geslingerd door krachten die hun verre de baas zijn? Neergekomen in een
vreemd land, in een vreemd klimaat, omringd door een vreemde taal, ver
van je familie en je vertrouwde omgeving, zit je nu klem in een boek dat
zo dik is als de afstand tussen Schengen en Dublin. Een speelbal van
rechters, regels, tolken, al dan niet actieve advocaten, geluk, ongeluk en
toeval. Nu moet je bewijzen wie je was terwijl je niets meer hebt, je land
van herkomst in puin ligt en de machthebbers je vijand zijn. En hier word
je door de hele verzameling grenswachters en ordebewaarders met
wantrouwen ontvangen. Dat is hun werk, maar voor jou is het een
beroerde start. Bewijs maar waar je was en wanneer. Bewijs maar eens
dat je géén slecht mens, een oplichter, beul of andere crimineel bent.
Maar hoe kan iemand dat bewijzen onder zulke ongunstige
omstandigheden, al doet ie nog zo zijn best? Voor ons als burgers is het
een onverdraaglijke gedachte dat mensen van goede wil geen eerlijke
kans krijgen. Want wat is erger: een slecht mens een kans geven of een
goed mens géén kans geven? Ik denk het laatste: een goed mens géén
kans geven om te zijn wie hij is of te worden wie hij zijn kan, is een
onherstelbaar verlies voor hemzelf en voor de maatschappij tot in de
verre toekomst, vele generaties vanaf nu. En de goeden hebben we juist
zo nodig! Wij hier in ons rijke land, op ons fluwelen kussen, hebben nu de
mogelijkheid om die onbekende ander de kans van zijn leven te geven.
Elke vreemde die om hulp vraagt betekent ónze gelegenheid om een
medemens in staat te stellen zijn leven weer op de rails te zetten. Ik vind
dat we dat moeten doen als het ook maar enigszins kan. Laten we het
risico dat het niet lukt maar nemen. Laten we de letter van de wet ruim
interpreteren. Elke asielzoeker in nood is een kans voor jou en mij. Laten
we die nemen en geven van mens tot mens, van hart tot hart, hand op
hand. En dat is dan ook het motto op de geluksballonnen die we nu gaan
oplaten: NEEM DIE KANS, GEEF DIE KANS!

Laurens van der Zee, Wageningen, september 2008.